Feestje in de soep: We kruisten onze vingers en deden een schietgebedje

t landje’t Landje leek zo’n goed idee voor een verjaardagsfeestje. Een groot, groen, waterrijk gebied in het Amsterdamse Rembrandtpark waar kinderen koning zijn. Ze kunnen er hutten bouwen, pingpongen, knutselen en vooral vrij in de natuur spelen tot ze erbij neer vallen. Dat ze dat laatste letterlijk moesten nemen, beseften Emily en haar man van te voren helaas niet.

“Onze oudste werd acht en we besloten dat het ’t Landje zou worden. Zo’n twaalf kinderen werden uitgenodigd. Gezegend met energieke, vechtlustige zoontjes bedisselden we als verstandige ouders dat ongeveer de helft uit jongens, en de andere helft uit meisjes zou bestaan. Die laatsten zouden vast voor een goed evenwicht en een prettige, rustige sfeer zorgen. Het bleek een prachtige zonnige dag te zijn en iedereen had er zin in. In het eigen feestzaaltje blies de jarige de kaarsjes op de Hema-fototaart uit, er werd hard gezongen, de cadeaus in rap tempo uitgepakt.

En vervolgens ging het los. Sommige kinderen vonden het hilarisch leuk om hun stuk taart in het gezicht van een ander of het eigen gezicht te duwen. Een neus en ogen vol slagroom, echt te grappig. Dat een groot deel van de taart daarbij op de grond belandde, werd niet opgemerkt. Natuurlijk stond er een kind bedremmeld te kijken, omdat het de taart niet lekker vond en ondertussen ging het een na het andere glas limonade om. Opgelucht zagen we de kliek naar buiten rennen.

Het ene groepje verdween richting de hutten. Die kinderen renden al snel voorbij met enorme zagen, spijkers van tien centimeter lang en zware hamers in hun knuistjes. Ze klauterden de wankele bouwsels op en zwaaiden met het vervaarlijke gereedschap in het rond. Lange planken zwiepten rakelings over de hoofdjes. Natuurlijk sloeg er een kind direct op zijn vingers en struikelde een ander over een uitstekende spijker. Kinderen moeten kunnen experimenteren, maalden onze bezorgde gedachten. Het moeten geen watjes worden, toch? De Poolse pedagoog Korczak beweert dat ‘kinderen het recht hebben zichzelf te zijn, recht op de dag van vandaag en recht op de dood.’ Hopelijk vonden de ouders van de losgeslagen schatjes dat ook. We kruisten onze vingers en deden een schietgebedje.

Een groep andere kinderen leek volledig verdwenen te zijn, waaronder onze jongste van zes met zijn vriendje van vijf. Na een tijd zoeken vonden we ze eindelijk. Ze waren ergens ver achter op het terrein aan het spelen vlakbij wel heel ondoorzichtig stilstaand water. Help, konden we die kinderen daar zomaar laten zonder toezicht? Wat voor viezigheid zat er in dat verdacht ruikende grijsgroene water? Hoe diep was het? Hadden al die kinderen eigenlijk wel een zwemdiploma? Onze jongste had net A, zijn vriendje nog niks. Onder luid protest besloten we het span met ons mee te trekken richting het feestzaaltje.

Tijd voor een gezamenlijk spel. Mijn man had een stapel doekjes in drie kleuren gekocht, om ‘water, vuur en spons’ mee te spelen, een soort tikspelletje waarbij de kinderen in drie groepen werden verdeeld. Ze vlogen enthousiast het terrein weer op. Algauw bleek er door sommigen vals gespeeld te worden en schaamteloos te worden gefraudeerd. Bovendien had een aantal kinderen halverwege het spel bedacht dat ze liever iets anders gingen doen en waren stiekem gedeserteerd. Degenen die wel serieus meespeelden, klonken teleurgesteld en boos. De zon brandde ongenadig, en de verhitte gezichtjes werden steeds roder.

Een ijsje in de feestzaal bood soelaas. Iedereen was weer blij, en gebroederlijk en gezusterlijk gingen ze er opnieuw vandoor. Met in hun handen waterpistooltjes om elkaar buiten te grazen te kunnen nemen. Spannend, en onschuldig. Als ouders dachten we even rust te hebben, maar we hadden buiten het ene meisje gerekend dat had besloten achter te blijven om tegen ons aan te zeuren dat ze zich verveelde. Het knutsel- en tekenlokaal naast de feestruimte kon haar niet bekoren (hoezo niet, alle meisjes houden toch van knutselen en tekenen, dat zit toch in hun genen?). Helpen met opruimen wilde ze ook niet, en het voorstel te gaan pingpongen wekte eveneens weinig enthousiasme op. Met zachte, maar dwingende hand duwden we haar naar buiten, het joelende watergevecht in. Veel plezier!

Maar daar kwam al een van de andere meisjes de feestzaal weer binnengerend. Een vriendinnetje was in het water gevallen! Met het hart in de keel rende ik naar buiten. Het water bleek gelukkig niet diep te zijn, maar het betreffende kind was doornat. Ze had gedacht wel even over de verende, dunne plank te kunnen lopen die over de plas lag, maar was vergeten in haar overwegingen een adequate risicoanalyse mee te nemen. Gelukkig hadden we van te voren de ouders aangeraden wat extra kleren mee te geven, dus togen we richting het feestzaaltje waar ze haar natte plunje omwisselde voor een nieuwe outfit.

Toen we weer buiten kwamen, bleken de andere meisjes vlotten te hebben ontdekt. Opgetogen besloot het grietje mee te willen doen. Een ezel stoot zich geen tweede keer aan dezelfde steen, bedacht ik dapper, en liet haar gaan. Ik had me nog niet omgedraaid, of ik hoorde een plons. Hetzelfde meisje was uitgegleden toen ze een van de wiebelende vlotten op had willen klimmen en lag weer in het water. Ik had gelukkig met een vooruitziende blik de halve kledingkast van mijn kinderen ingepakt, en haalde een droog shirt en korte broek voor haar te voorschijn. Een derde keer zou dit toch niet gebeuren?

Voorlopig niet. Ondertussen behaalde wel de een na de ander een nat pak. Vooral de meisjes. Die hadden we toch juist uitgenodigd zodat het rustig en gezellig zou zijn, als tegenwicht voor al die woeste jongetjes? De jongens bleken echter geen probleem te vormen. Die waren gaan waterfietsen onder begeleiding van een vrijwilliger van ’t Landje (als je mee wilt doen, zwemvest aan!) of voeren vrolijk met elkaar kletsend in een bootje rond. De meisjes bleven maar rondhangen bij de plank over het water waarnaast ook nog een primitieve kabelbaan hing.

Natuurlijk was het weer hetzelfde sujet dat aan de kabel besloot te gaan hangen. Ze kwam recht boven het water tot stilstand. Dit keer ging ze volledig kopje onder. Ondertussen was ik door mijn kledingvoorraad heen. Gelukkig had een ander meisje nog wel wat reservegoed. Ik liet ze het zelf maar uitzoeken en besloot met mijn man te gaan opruimen. De feestzaal moest op tijd leeg en schoon worden opgeleverd. Vooral de met troep bezaaide plakvloer bleek een uitdaging, maar net op tijd was alles in de tassen gepakt en stonden we klaar om te gaan.

Het laatste half uur van het feestje brachten de kinderen al voetballend door op een grasveld in de buurt, met mijn man als scheidsrechter. Op een kleed stalde ik hapjes en drankjes uit voor de ouders die hun kinderen kwamen ophalen en wel zin hadden in een borrel. Op hun vragen hoe het feestje was geweest, reageerden de kinderen steevast enthousiast. Mijn man en ik ook: Jazeker, een topmiddag was het geweest en wat een heerlijk weer hadden we gehad en wat was ’t Landje toch een fijne, grote, groene, waterrijke plek waar de kinderen zich helemaal vrij hadden kunnen uitleven! De ouders namen tevreden de natte kleren in ontvangst. Hun stadskinderen waren even écht één geweest met de natuur. Je kon je toch niets mooiers wensen.”

 

Als je hiervan hebt genoten, dan vind je dit verhaal vast ook leuk: ‘Ik zat te snotteren op de bank!’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s